Een flinke portie lentekriebels op een paar vierkante centimeter

Aan het einde van de winter, als mijn botten verkleumd zijn en het energiepeil op een dieptepunt is geraakt, kijk ik net als zo veel andere Nederlanders hunkerend uit naar de eerste aankondigingen van de lente. Als natuurliefhebber hoef je gelukkig niet lang te zoeken naar een flinke dosis lentekriebels. Het zit vaak in de kleinste dingen. Het gezang van een merel in de vroege ochtend bijvoorbeeld. Voordat je in de auto stapt op weg naar het werk. Of het zachte gekwaak van parende padden in de avond. Ook de eerste ontmoeting met een vlinder tovert direct een brede glimlach op het gezicht. In dezelfde categorie vallen de sporenkapsels van zandhaarmos. Vroeg in het voorjaar liggen de ‘oranje eilandjes’ verspreid over het kale duinzand. Aan het uiteinde van de honderden steeltjes bevinden zich kleine doosjes. Hier wachten sporen geduldig op hun kans om op de wind de wijde wereld te verkennen. Elk voorjaar weer kruip ik op de grond en leg ik mijn lens plat op het zand om deze lentekriebels te vereeuwigen. Je weet immers maar nooit hoe snel het weer winter wordt.

31 maart 2017 – 07:18 uur | Nikon D800E, Sigma 180mm f/3.5D, F/4 en 1/200 sec. bij ISO 200 en -0.7 stap